De eend in ons — over complotdenken

Deze lezersvraag komt in nr 2 van ZIN magazine in 2022, met nog twee vragen. Hier vast deze vraag als voorproefje.

Ik heb ooit meegemaakt hoe een schoonzus ten prooi viel aan complotdenken. Ze dacht dat ze werd bespioneerd. Het was vreselijk en ze moest uiteindelijk worden opgenomen en slikt nu, twintig jaar later, nog steeds medicatie. Nu heb ik een collega op het werk die zich niet laat vaccineren omdat ze vindt dat we nodeloos bang worden gemaakt voor Covid. En dat is omdat er zulke enorme commerciële belangen spelen. Ik moet me echt inhouden om niet razend te worden als ik dat hoor. Met mijn schoonzus was niet te discussiëren voordat ze medicatie kreeg. Is er een manier om met mijn collega om te gaan? 

  • Carine

Achterdocht komt voor in alle gradaties. In extreme vorm is iemand ervan overtuigd dat hij wordt afgeluisterd via zijn televisie of vergiftigd via het kraanwater. De psychiatrie spreekt dan van een paranoïde waan. Zo iemand is gebaat bij medicatie, maar zie hem dat maar eens te laten accepteren. Als je zegt dat hij ziek is, wie garandeert dat jij niet deelneemt aan de samenzwering?

Er zijn ook mensen die van nature overal iets achter zoeken en zich snel aangevallen voelen. Dit kan ziekelijke vormen aannemen zonder de ‘bizarre’ denkbeelden. Er kan dan sprake zijn van een paranoïde persoonlijkheid. Zulke mensen vervallen makkelijk in stereotiep denken en geven voortdurend anderen de schuld van hun moeilijkheden, of van het verderf in het algemeen. De buitenlanders, de vakbonden of juist het grootkapitaal hebben het dan gedaan. Doordat de denkbeelden minder extreem zijn dan wanen, wordt minder snel herkend dat er sprake zou kunnen zijn van een psychiatrisch probleem en zelf zullen ze ook niet snel hulp zoeken.

Zoals altijd is er sprake van een glijdende schaal van ziek naar gezond. Aan het milde eind van het spectrum liggen achterdochtige gedachten waarvoor ieder van ons onder ongunstige omstandigheden vatbaarder kan worden. Onzekerheid – een pandemie – kan het uitlokken. Mensen die doof worden en de grip op hun omgeving deels verliezen, kunnen achterdochtiger worden. Hetzelfde geldt voor mensen wier geheugen achteruitgaat. En in zekere mate is het een algemeen menselijke trek om bang te zijn de boot te missen. ‘De eend in ons’ las ik ooit eens, een verwijzing naar Donald Duck. De reden dat die verhalen al zoveel jaren zoveel mensen aanspreken is dat zijn emoties zo herkenbaar zijn: de angst voor mislukking, de jaloezie op anderen die rijker of slimmer zijn of die gewoon meer geluk hebben. Het gemeenschappelijke kenmerk van deze ‘normale’ varianten van achterdocht is gebrek aan informatie. Individuen of groepen mensen die geïsoleerd worden of zichzelf isoleren, worden er vatbaarder voor – tijdens een lockdown bijvoorbeeld. Ten tijde van de verzuiling bestond er meer achterdocht tussen katholieken en hervormden dan tegenwoordig. Toename van informatie en interactie is dan ook een manier om deze achterdocht tegen te gaan. Kortom, probeer te zorgen dat je collega niet verder geïsoleerd komt te staan – hooguit op anderhalve meter. Maar verwacht sowieso geen wonderen van een andere manier van omgang. Mensen laten gekoesterde gedachten niet zomaar varen. Het belangrijkste is te beseffen dat jij niet verantwoordelijk bent om je collega van gedachten te laten veranderen. Het is goed dat je probeert je woede in te houden. Die zal mogelijk versterkt worden door wat je met je schoonzus hebt meegemaakt. Maar daar kan je collega weer niks aan doen.



Comments are closed.