Wetenschap als topsport

Vier hoogleraren waarschuwen in NRC tegen de ‘funeste’ uitwerking van de vergelijking van wetenschap met topsport (NRC, 27 juli). Een scherpe analyse, maar zonder concrete aanbevelingen om het tij te keren. Vandaar hierbij een drietal mogelijke stappen.

1) Verlaag de Spinoza- en Stevinpremies van 2.5 naar 0.5 miljoen.
Een vrij te besteden bedrag van 2.5 miljoen is buiten proportie. En onnodig hoog, aangezien dit een groep wetenschappers is die toch al ruim gesubsidieerd worden. Zulke hoge individuele premies negeren het feit dat wetenschap meestal teamsport is en creëren een ster-imago waarin sommigen ook zelf in gaan geloven.

2) Introduceer loting bij de verdeling van onderzoekssubsidies.
In de NWO-commissies waarin ik zitting had ging het telkens hetzelfde. Als er tien onderzoekssubsidies waren te verdelen en er waren vijftig aanvragen door een voorronde gekomen, waren we het meestal vrij snel eens over de beste vijf. Ook over de onderste tien was er meestal nauwelijks discussie. Vervolgens kan er uren vergaderd worden over welke van de middelste 35 aanvragen de resterende vijf subsidies moeten krijgen. Voor deze middengroep is loting een beter alternatief dan quasi-objectief gemillimeter tussen onvergelijkbare aanvragen. Voor onderzoekers met een goed voorstel is een oordeel ‘uitgeloot’ ook makkelijker te accepteren dan de spijkers op laag water die nu aangedragen worden om de afwijzing te rechtvaardigen.  

3) Verplaats onderzoeksbudget van NWO terug naar universiteiten.
In 2008 hevelde Plasterk 100 miljoen over van de universiteiten (eerste geldstroom) naar NWO. Het gevolg was een scherpe toename van persoonsgebonden subsidieprogramma’s en prijzen. Een ander gevolg was het grotendeels verdwijnen van eerste geldstroom promotieplaatsen. Het is tijd dat tenminste die 100 miljoen teruggaat, liefst gelijktijdig met een plan om research-masteropleidingen uit te breiden naar promotietrajecten. 



Comments are closed.