Joe Biden. Helaas de laatste die de natie kan ‘helen’.

Nu de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen waarschijnlijk tot half december zal worden aangevochten, kunnen we ons bezighouden met de vraag waarom het verschil zo miniem was. Waarom kreeg de president die altijd op ramkoers lag en “de enige president die de bevolking probeert te verdelen in plaats van te verenigen” toch nog 48% van de stemmen?

Het antwoord is tweeledig: hij heeft voor zijn verdiensten meer waardering gekregen van kiezers dan van de media, en zijn tegenstander was een rampzalige kandidaat. Gedurende deze hele campagne was Joe Biden vrijwel afwezig. De race ging tussen Trump en anti-Trump, Biden was een rekwisiet. Het maakte niet uit dat de anti-Trump broos was, zich verstopte, voortdurend rust nodig had, een verleden had van grensoverschrijdend gedrag en een bedenkelijke reeks cognitieve problemen vertoonde. De Trump-haat is zo groot dat de meeste nieuwsmedia het allemaal door de vingers hebben gezien tijdens deze campagne. Biden is zwaar ontzien.

Joe Biden is helaas de laatste die in staat zal zijn om de natie te verenigen. Waar Hillary Clinton vier jaar geleden Trump’s aanhang verder van zich vervreemdde door hen deplorables te noemen, heeft Biden hetzelfde gedaan door hen in te peperen dat ze “de meest racistische president ooit” steunen. Hij bleef maar herhalen dat Trump zich niet wilde distantiëren van white supremacists. De manier waarop Trump verdeeldheid heeft geëxploiteerd is onvergeeflijk, maar de afgelopen jaren heeft hij zich 38 keer gedistantieerd van racisme en white supremacists (de compilatie is terug te vinden op internet). Ook in zijn eerste commentaar na de gebeurtenissen in Charlottesville heeft hij dat in duidelijke bewoordingen gedaan. Door de Charlotsville hoax als hoeksteen van zijn campagne te maken, is Biden net zo verantwoordelijk voor de polarisatie als Trump.



Comments are closed.